Fragment uit het boek:

Ronde en platbodemjachten van Mr. Dr. T. Huitema

ISBN 90-6410-275-9

 

De stabiliteit van de Staverse jol is groot. Dit komt niet alleen door de grote breedte, maar ook door dat deze breedte voor en achter de mast goeddeels behouden blijft.

Dit is duidelijk te zien aan het verloop van de waterlijn die van de voorsteven direct breed uitloopt en deze breedte over het grootste deel van de lengte van de boot behoud, om dan met een korte, maar goed gevormde kromming naar de achtersteven te eindigen.

Daarbij komt dat door de buik vorm van de spanten, waarbij de grootste ronding van de kimmen juist op de waterlijn ligt, de stabiliteit bij geringe helling nog toeneemt.

Bij een grote helling zal de jol echter sterk gaan afdrijven, doordat de kiel achter de ondergedompelde kim komt te liggen en daardoor onvoldoende zijdelingse weerstand biedt. De Kiel is immers wel lang, maar ook laag en steekt gewoonlijk slechts omstreeks een halve meter. De lange kiel heeft anderzijds het voordeel dat de Staverse jol in hol water goed op het roer ligt en rechtuit blijft varen, doch een nadeel is dan weer dat de jol daardoor moeilijk draait en bij slepen de neiging heeft sterk te gieren.